Iets na de middag kom ik voorbij de standbeelden van Rufino, ik hoor iemand kappen en de kunstenaar is bezig. Hij maakt kunstwerken van de rotsen, allemaal om respect af te dwingen voor de vrouw.
Geboorte
En dan begint de kruisweg om een bed te vinden, uiteindelijk beland ik in Gimeaux in een oude woning even buiten het dorp, nog in verbouwing, zonder toilet en leidingwater. In de tuin mag ik plukken wat er is: druiven, tomaten, zelfs rijpe vijgen. Een groot bed staat boven te wachten. Weer gelukt.
Gisteravond was het feest in het dorpje ‘Bouge ton bouble’. Wat er diende bewogen te worden, waren les fesses, en met een expliciete tekening en guirlandes met slipjes werd duidelijk gemaakt wat daarmee bedoeld werd.
Buiten wat verre ketelmuziek heb ik er geen last van gehad, in de abdij was het muisstil, enkel tijdens de aanbidding voor het avondeten zongen de negen zusters de liederen die daarvoor toepasselijk zijn. En opmerkelijk: deze morgen was alles netjes opgeruimd, om 24u zijn de podia afgebroken, dat vertelt me een dame die de eerste zorgen toedient na een wespensteek in mijn pink.
Want ja, een pelgrim is niet immuun voor de dingen des levens en dat vond een wesp vanmorgen ook en prikte me in mijn pink. Voor de gevoeligen onder u: sorry, maar ze heeft het niet overleefd. Als ik in het dorpje kwam, vroeg ik een jongedame of er een pharmacie open was om de steek te verzorgen. Neen dus, maar wel de eerste zorgen+ een koffie en een gezamenlijk gebed bij haar st Jacobsschelp. En dan verder. Tegen de middag kom ik in Charroux. Ik ga een ijsblokje vragen in een bistro, de mevrouw reinigt net de tafels. Als ik uitleg waarvoor ik dat nodig heb, vraagt een vrouwenstem of ik allergisch ben voor wespen want zij heeft een antihistaminicum in haar auto. Ik laat me overhalen om de vrouw en partner te volgen. Blijkt dat een Belgisch koppel te zijn, ze wonen ergens tussen Gent en Brugge. Ze schenken me nog een potje goudsbloemzalf op basis van bijenwas, eigen teelt. Ongelooflijk toch?
De parking in Charroux staat vol met old timers met Nederlandse nummerplaat. Dit plaatsje is wereldberoemd in Nederland, het is dan ook erg mooi. Een ommetje waard!
In Ébreuil word ik vorstelijk ontvangen en ik laat me rondleiden in de oudste kerk met muurschilderingen. De heer des huizes vertelt honderduit over de geschiedenis van de stad en de kerk die teruggaat tot de Romeinen. Een zeer belangrijke periode kwam na Karel de Grote, verdrag van Verdun 814, tot het jaar 1000 bleef Lotharingen onder koninklijk gezag, en financieel gezien was dat voordelig. De bouw van de kerk begon rond 1120 en er gingen enkele eeuwen over vooraleer ze klaar was.
Als Christine me terugbrengt naar de plaats waar ik gisteren aankwam, vertelt ze dat ze vijf kinderen hebben en dat in februari een dochter overleed aan een ziekte. Een leed dat ze willen verwerken door te stappen. Normaal gingen ze de weg naar St Franciscus van Assisi doen, maar een salmonella besmetting verhinderde dat. Bon courage, binnen een dag of vier gaan ze naar een andere dochter in Normandië.
Sinds gisteren wandel ik terug volop tussen de wijngaarden. Saint Pourçain schijnt het centrum te zijn van deze wijnstreek.
Vandaag zou de Puy de Dome zichtbaar worden.
En Christine en Yves zijn nu de reddende engelen van wacht; zij regelden al een onderkomen voor vanavond en morgenavond.
Le Bourbonnais is bekend om de kerken met schilderingen
En vanavond logeer ik in de abdij van de benedictinessen in Chantelle. Weer even anders.
Vroeg begonnen is half gewonnen. De gastvrouw moest vertrekken, en ik dus ook.
Vanavond lukte de truuk niet om een slaapplek te vinden. Maar dan komt er hulp van twee dames in een stoffenwinkel die de juiste persoon vinden die me komt oppikken en me ’s morgens ook terugbrengt. Brigitte gaf me trouwens ook al het telefoonnummer van Yves en Christine.
Onderweg staan beelden, deze bevalt me wel: de schoenen van st Jacques. Mijn schoenen beginnen te lossen: de naad aan de zijkant, door de regen? Maar zoals al eerder gebeurde: in Monténay sur Allier is er een winkeltje waar men leder verwerkt en Carole is zo vriendelijk om ze te repareren. Dat ik vanavond twee straten verder zal overnachten, weet ik dan nog niet.
Gladys en familie(-2) wuiven me uit en ze wensen me een goede reis.
De auto van de Engelse dame staat nu even verderop aan een huis, Les Brookes staat op de brievenbus.
In Agognes, na een achttal kilometer door de bossen met minstens twee reëen, is er een auberge en die is open! Het is ook tevens de locale epicerie, en de laatste eieren worden voor mijn neus verkocht. Niet dat ik die wilde kopen. Er is nog een plaatsje voor één persoon, voor 18.20 euro een plat du jour met een Hougaerde rosé, wat moet je meer hebben?
De Wifi-verbinding is hier niet erg goed, ik kan de bijlage van gisteren niet publiceren, en die van vandaag ook niet☹️. Komt goed, maar ik weet niet wanneer.
Rond 17u kom ik in Souvigny. De eerste mevrouw die ik aanspreek is zo vriendelijk om mij binnen te laten. Een leerkracht geschiedenis met drie honden en een kat. De voorwaarden waren dat ik van dieren houd en geen schrik heb van honden, allebei vervuld.
De zon priemt al door de mist als ik vertrek. Gewapend met goede raad van Brigitte en de gastvrouw verlaat ik in le Veurdre de weg van Vézelay om via de GR 300 naar Clermont-Ferrand te trekken.
In le Veurdre sla ik nog wat proviand in, geld afhalen kan er niet. Het begin van de GR300 is alvast goed aangegeven, of er op de 9 aangekondigde historische plekken ook iets te bikken is, staat er niet bij.
De tocht verloopt goed en daar is het goede weer medeverantwoordelijk voor. Om 16u kom ik in een klein dorpje, er staat een auto in panne. De mevrouw is van Engelse afkomst, ze is hier niet meer gelukkig: na 13 jaar willen ze haar huis terug. En de auto, die komt nog maar net van de garage, dat heeft al meer dan 300 euro gekost.
In het dorpje is het gemeentehuis gesloten, ik wandel rond de kerk, achter de kerk is een grote boomgaard waar kinderen en een moeder appels plukken. Als ik de moeder aanspreek, wil ze me onmiddellijk meenemen. Het is een eindje terug langs de weg die ik volgde, de auto van de Engelse dame staat er nog. Het wordt een drukke avond tussen 5(!) kinderen tussen 9j en18m.
Het was weer niet de bedoeling om meer dan 30 km te stappen, maar zo gaat het wel vooruit natuurlijk. Het besef dat ik al goed opgeschoten ben, kwam vanmorgen toen ik de Loire overstak. Dan zit je toch al een eind in Frankrijk. Morgen zal ik voorbij le Veurdre de GR naar Clermont-Ferrand aanvatten. Een goeie 127km zonder verdere inlichtingen over logies of herbergen. Vanaf Clermont-Ferrand begint de via arvernia, door het Centraal Massief. Volgens Brigitte is die heel mooi, maar eerst zien dat we zover geraken.
Ik geef Dora nog een muntje bij mijn vertrek, zij twijfelt nog, de regen natuurlijk. Gisteren werd de weersvoorspelling nog aangepast: VEEL regen op zondag, zes druppels onder de wolk. Vandaag maar drie met een hoogtepunt tussen 10 en 11u.
‘Ne pas tirer’ zeg ik tegen de twee jagers, jachtgeweer op de motorkap, maar ze lachen even, ‘non, non, madame’.
Om half elf zoek ik een droge plek om wat te eten en een beetje op te drogen. Er staat een huisje langs de spoorlijn, als ik kijk of er een schuilplaats is, komt een man naar me toe en hij verschaft me onmiddellijk toegang tot de woning(van zijn dochter). Als ik hem uitvoerig bedank, zegt hij dat het maar normaal is. Zo normaal vind ik dat toch niet, ik ben onmiddellijk opgewarmd.
De poes lust de rauwe ham ook.
Rond de middag ben in Guérigny, 18 km verder, de regen vermindert en dus op naar Nevers. Ik logeer in het Centre Bernadette, vlakbij de kist waar Bernadette Soubirous ligt, het meisje waaraan Maria verscheen in Lourdes.
De Fransen hebben wel humor:
Gelukkig geen hond gezien
Wat ik me nog herinner van de eerste keer dat ik Bernadette zag, (dat moet in ’74 geweest zijn, ja, ik ben al oud 😬), is een zwart gezicht en dito handen. Zoals jullie allen weten werd het lichaam van Bernadette nl ongeschonden opgegraven en in 1925 in een glazen kist gelegd. Omdat ik hier logeer, heb ik toegang tot de kerk waar zij opgebaard ligt en ik moet zeggen dat ze erg mooi is nu, er zou enkel een laagje was aangebracht zijn, maar ze is in ieder geval niet zwart meer.
Regen en regen en nog meer regen. Vandaag en morgen .
En toch is dat vanmorgen nog meegevallen, zeker als je dan twee reëen ziet staan en als er even verderop een ’troep’ van meer dan dertig everzwijnen de weg oversteken.
Wel wat ver, maar toch zijn ze er
Didier en Brigitte beslissen ’s middags in Prémery om toch verder te stappen, in de regen. Didier was veel natter dan ik, enkel een stuk van mijn broek, de manchetten van mijn jasje en mijn kousen en schoenen waren minder dan de helft nat. Tegen morgenvroeg is dat wel droog.
Vanuit het raam van mijn residentie heb ik uitzicht op de tuin met vijver en u raadt het nooit: Indische loopeenden, hier noemen ze dat coureurs Indiens. Het huisje is een schiettoren van de stadsomwalling, de tuin van de buren ligt een tiental meter lager.
Hoever ik morgen ga, hangt af van het weer. Misschien tot Nevers, 32km, anders tot Guérigny, ergens tussenin.
Vandaag ben ik beter gestart, als een blok 10u aan een stuk geslapen, dat doet goed. Ook het feit dat ik de binnenweg zonder problemen gevonden heb, geeft weer moed. De blinde vlek in Maps.me kan ik omzeilen door de kaart op de site van het Compostela genootschap te gebruiken.
Doet me denken aan het kunstproject in de school van Lode en Marijn, en ondertussen ook van Edith, in 2019
In de gemeentelijke herberg in Corbigny waren ook Dora, een Oostenrijkse en een Franse zwaarwichtige man aanwezig, ze volgen op eigen tempo.
En kort na de middag heb ik warempel een jonge ree gezien, er zijn er dus toch!
Even terugblikken op Vézelay. De ontvangst van pelgrims is daar zeer verzorgd; zowel door de vrijwilligers die de herberg open houden als door het monasterium van de fraters van Jeruzalem. Jean-Yves was de pater die samen met ons de maaltijd gebruikte. Hij vertelde dat de Franse pelgrims de laatste tijd een grotere lijdenslast meedragen. Bestaat toeval? Op dat moment kreeg ik een berichtje van Vincent dat hij goed was thuisgekomen. Het was die avond uitzonderlijk druk, dat is niet te voorspellen. Een groep Limburgse dames, waarvan één zeker van Bocholt, één Française en ik in een zaaltje met gesloten ramen, en nog een tweede zaal met mannen.
Ondertussen zijn we al met z’n vieren in de volgende herberg, een Zwitser deze keer, Evans, En het houdt niet op, Brigitte en Didier, het koppel van Vézelay vallen ook nog binnen. Dat belooft gezellig te worden.