Als de nevel en mist optrekt, verschijnt een lange rij windmolens die me de ganse dag aan de rechterkant zullen begeleiden.
De 100km grens was gelukkig geen grote steen waar ik over moest kruipen ofzo, op andere caminos wordt daar wel wat meer aandacht aan geschonken. Het wil wel zeggen dat je de laatste 100km twee stempels per dag moet hebben om je compostelagetuigschrift te halen.

Maps.me toonde een kortere weg voor het laatste stuk van de trip, ik ben er niet kwaad voor want het is weer warm.

Hier volgt de Camino een halve cirkel en naar links is een weggetje dat ongeveer de midellijn van die cirkel volgt.
Dat geeft me ook de mogelijkheid om een was met de wasmachine te doen, drogen doet het toch en ik deel de machine met een andere pelgrim, ieder de helft.
Nu wordt het echt een toren van Babel hier: ik voer gesprekken met een Italiaan van Sardinië in het Spaans, met twee Polen is het Engels, en het koppel Nederlanders, tja, da’s duidelijk. De Spanjaarden zitten, denk ik, een verdiep hoger. De Duitser is wat achter en de Ier is al vooruit. Nu arriveert er een Zuid-Koreaan.